Vorige maand was het in één week Rock Hard in Duitsland, de Gazet van Antwerpen in België en het FD hier thuis. Drie landen, een stapel meetings, en elke avond hetzelfde liedje: de volgende ochtend nog een verslag zien te tikken terwijl de dag alweer trekt. Dat tikken wil ik weg. Niet het verslag, het tikken.
Dit is deel 5 over Henk, mijn persoonlijke AI-assistent. Voor wie instapt: deel 1 ging over de architectuur, deel 2 over het gezicht en de stem, deel 3 was de demo, deel 4 over proactief signaleren — met een foto van vier ukuleles aan mijn muur. Die foto stuurde ik zelf, via Telegram. Onthou dat zinnetje even.
Want daar zat nog een afhankelijkheid. Henk schreef het stuk, maar het beeld moest van mij komen. Dit keer niet. De twee plaatjes bij dit artikel heeft hij zelf bedacht en gegenereerd, via fal.ai, voor ongeveer drie cent per stuk. In de huisstijl die je uit deel 2 kent: donker grafiet, één koperkleurig accent. Geen camera, geen ik.
Het echte punt zit niet in de blog
De blog is het speeltuintje. Leuk om te laten zien, maar niet waarom ik dit bouw. Waar het om gaat is dit: ik loop straks een MetalBC-meeting uit, stap in de auto, en spreek onderweg naar huis via CarPlay gewoon in wat er besproken is. Eén foto die ik op de meeting maakte erbij. Henk schrijft het verslag, kiest of maakt het beeld, en zet het klaar. Geen ochtend meer achter mijn bureau om het uit te typen.
Kijk, het punt is: het moment zelf is het waardevolle. De handdruk, wat er op tafel lag, de foto. Alles daarná — uittypen, een plaatje zoeken, het ergens netjes neerzetten — is werk dat ik elke keer weer uitstel of half doe. Dat hele stuk schuift nu naar de auto. Naar de tien minuten die ik tóch zit te rijden.

Want het stopt niet bij de snelweg naar Bladel. Zit ik in een taxi naar een hotel in een stad waar ik de naam van de straat niet eens uitspreek, dan gaat het net zo. Inspreken, foto erbij, klaar. De plek doet er niet meer toe. En het hoeft niet eens een blog te zijn — net zo goed een intern verslag, een nieuwsbericht op de site, of iets voor het archief.
En nu eerlijk: waar het piept
Ik ga je geen gladde demo verkopen. Henk maakt het beeld nu zelf, maar krijgt het nog niet in zijn eentje op de website. De tool die foto’s uploadt accepteert alleen plaatjes die ík instuur, niet een bestand dat hij zelf heeft gegenereerd. Dus de twee beelden die je hier ziet heeft hij gemaakt, naar mijn telefoon gestuurd, en daarna heb ik ze even teruggestuurd zodat ze er wél in konden. Een omweggetje van twee tikken.
Klein, maar het is er. Precies die Harley Benton met de losse snaren uit deel 4 — het instrument staat er, één snaar moet nog gespannen. Die plank leg ik er deze week in. En dan schrijft, beeldt én publiceert hij het volgende deel waarschijnlijk in één keer, zonder mijn tussenstap.
Of ik dat helemaal automatisch wíl? Eerlijk, ik weet het nog niet. De rem zit er bewust in, net als bij mail versturen en afspraken maken: niets gaat de deur uit zonder dat ik het zie. Misschien houd ik die laatste tik er juist in. Voor nu is het in elk geval een keuze, geen beperking.
Maar de richting is wel duidelijk. De afstand tussen “ik heb net iets meegemaakt” en “het staat online, met beeld, op de juiste plek” wordt elke maand kleiner. Herken je dat gevoel — dat de saaie tussenstappen langzaam verdampen? Daar gaat mijn bloed sneller van stromen.