De meeste conflicten ontstaan niet omdat iemand je kwaad wil doen.
Ik weet het, dat klinkt naïef. Zeker als je midden in een ruzie zit, als je je aangevallen voelt, als iemand iets zegt dat je raakt. Op dat moment voelt het alsof de ander precies weet waar hij moet steken. Alsof het opzet is.
Maar is het dat?
Beschermen, niet aanvallen
Wat ik in de loop der jaren heb geleerd (in mijn relaties, in opvoeding en in mijn werk) is dit: mensen in conflict zijn meestal niet bezig met jou pijn doen. Ze zijn bezig met zichzelf beschermen.
Dat is een wezenlijk verschil.
Iemand die schreeuwt, voelt zich niet gehoord. Iemand die aanvalt, voelt zich bedreigd. Iemand die dichtslaat, beschermt iets kwetsbaars. Het gedrag is aanvallend, de intentie is defensief.
En hier zit het venijn: wij interpreteren dat gedrag als een aanval op ons. We denken: “Die wil me kwetsen.” Terwijl de ander denkt: “Ik moet mezelf verdedigen.”
Twee mensen die allebei denken dat ze worden aangevallen. Geen wonder dat het escaleert.
De fout die we allemaal maken
De psychologie heeft hier een term voor: de fundamentele attributiefout. Het komt erop neer dat we het gedrag van anderen toeschrijven aan hun karakter, terwijl we ons eigen gedrag toeschrijven aan omstandigheden.
Simpel voorbeeld: iemand snijdt je af in het verkeer. Eerste gedachte? “Wat een eikel.” Je gaat er automatisch vanuit dat dit iemand is die geen rekening houdt met anderen. Een karakterfout.
Maar als jij iemand afsnijdt? Dan was je afgeleid, of haastig, of zag je die auto niet. Omstandigheden.
En hier moet ik iets bekennen. Juist in het verkeer ben ik het slechtste voorbeeld dat je kunt bedenken.
Ik ga van nul naar BATSHIT CRAZY in ongeveer één seconde. Iemand snijdt me af en ik spring letterlijk uit mijn auto.
Geen grapje.
Ik ben die gek die je weleens op dashcam-filmpjes ziet. Het feit dat ik dit hele artikel schrijf over begrip en intenties en niet oordelen? Blijkbaar geldt dat niet als ik achter het stuur zit.

Dus ja, ik ken dit mechanisme. Ik begrijp het. Ik kan het uitleggen. En toch heb ik mezelf er in het verkeer totaal niet onder controle.
Maar dat is misschien ook wel het punt. Dit gaat niet over perfect zijn. Het gaat over het herkennen van het patroon, zodat je in de situaties die er écht toe doen (niet het verkeer, maar je relatie, je werk, je familie) jezelf kunt trainen om even te pauzeren voordat je oordeelt. Om die ander het voordeel van de twijfel te geven dat je jezelf zo makkelijk geeft.
In het verkeer ben ik een hopeloos geval. Maar thuis, op werk, met vrienden… Daar probeer ik het beter te doen.
Dit mechanisme speelt in alle conflicten. Je partner vergeet iets belangrijks? “Die luistert nooit.” Jij vergeet iets? “Ik had zo’n drukke dag.”
Het punt is: we geven anderen de schuld van wie ze zijn, en onszelf het voordeel van de twijfel over de situatie waarin we zaten.
Sharon en ik
Sharon en ik hadden zelden conflicten. Dat was geen toeval, en het kwam ook niet doordat we het altijd eens waren (verre van). Het kwam doordat we allebei één ding consequent deden: we keken eerst naar ons eigen aandeel.
Als er iets was, als er spanning ontstond, was de eerste vraag niet “wat doe jij fout?” maar “wat is mijn rol hierin?”
Dat klinkt misschien soft. Het is het tegenovergestelde. Het vraagt lef om naar jezelf te kijken als je boos bent op een ander. Het vraagt eerlijkheid om toe te geven dat jij misschien ook een deel van het probleem bent.
Maar het werkt. Want zodra je stopt met de ander als tegenstander te zien en begint met het probleem als iets gezamenlijks te zien, verandert alles. Dan sta je niet meer tegenover elkaar. Dan sta je naast elkaar, samen kijkend naar wat er opgelost moet worden.
De opvoedkeuze
Toen onze kinderen opgroeiden, hebben Sharon en ik een bewuste keuze gemaakt. We keken naar de onderwerpen waar wij zelf als tiener altijd ruzie over hadden met onze ouders. Je kamer opruimen. Te laat thuiskomen. Dat soort klassiekers.
En we besloten: die strijd gaan we niet voeren.
Onze kinderen kregen nooit “tijden” waarop ze thuis moesten zijn. Het enige wat we vroegen was: ga niet alleen weg van een feestje. Voor de veiligheid. Maar een tijdstip? Nee. We vertrouwden ze.
Qua kamers opruimen gaven we ze heel veel ruimte. We hielpen ze als zíj het zelf nodig begonnen te vinden dat hun kamer opgeruimd werd. Of op het moment dat het ons écht te ver ging (wat dus pas erg laat was).
Weet je wat er gebeurde? Bijna geen conflicten over die onderwerpen. Niet omdat onze kinderen perfect waren (verre van), maar omdat we de machtsstrijd eruit hadden gehaald.
Waar het echt over gaat
De meeste ouder-kind conflicten gaan niet over de kamer of de tijd. Ze gaan over controle. Over autonomie. Over respect. Het kind voelt zich niet gerespecteerd en verzet zich. De ouder voelt zich niet gerespecteerd en duwt harder. Twee mensen die allebei hun waardigheid proberen te beschermen.
Na een scheiding
Ik ben zelf niet gescheiden, maar ik heb het van dichtbij gezien bij vrienden en familie. En wat me opvalt: de heftigste conflicten gaan zelden over waar ze over lijken te gaan.
Het gaat niet echt over wie de kinderen heeft met Kerst. Het gaat over erkenning. Over pijn. Over het gevoel dat je er niet toe deed.
Het gaat niet echt over de verdeling van de spullen. Het gaat over rechtvaardigheid. Over alles wat je hebt geïnvesteerd. Over het verlies.
Boosheid als vermomde rouw
En hier zit iets wat vaak over het hoofd wordt gezien: veel van die boosheid is eigenlijk verdriet. Verdriet over het verlies van het geluk samen. Over de dromen die je had. Over het leven dat jullie aan het bouwen waren en dat er nu niet meer is.
Boosheid is makkelijker dan verdriet. Boosheid geeft energie, zet je in beweging, geeft je iets om tegen te vechten. Verdriet maakt je leeg en kwetsbaar. Dus kiezen we – vaak onbewust – voor de boosheid. We richten die op de ander, omdat die de meest voor de hand liggende plek is.
Maar wat we eigenlijk doen is rouwen. Rouwen om wat was, en om wat had kunnen zijn.
Twee slachtoffers, geen daders
Mensen in een scheiding zijn gewond. En gewonde mensen bijten. Niet omdat ze kwaadaardig zijn, maar omdat ze pijn hebben en die pijn ergens naartoe moet. Meestal naar de persoon die ze associëren met die pijn.
Het tragische is: beide partijen voelen zich slachtoffer. Beide partijen voelen dat de ander niet begrijpt wat zij hebben doorgemaakt. Beide partijen rouwen – vaak om hetzelfde verlies. En in die wederzijdse slachtofferrol graven ze zich in, terwijl ze eigenlijk allebei hetzelfde voelen.

Zakelijke conflicten
In zaken zie je hetzelfde patroon, alleen met een ander jasje. Een leverancier die niet levert, een klant die niet betaalt, een partner die afspraken niet nakomt.
Onze eerste reactie is vaak: onbetrouwbaar. Slechte zakenpartner. Die probeert me te benadelen.
Wat je niet ziet
Maar wat als die leverancier zelf vastzit omdat zijn grondstoffen niet komen? Wat als die klant cashflow-problemen heeft en zich schaamt om het te zeggen? Wat als die partner iets totaal anders heeft begrepen van jullie afspraak?
Lukt het jullie om dat ‘echte’ gesprek te voeren en tot een oplossing te komen?
Ik zeg niet dat je naïef moet zijn. Sommige mensen zijn daadwerkelijk onbetrouwbaar. Maar in mijn ervaring is dat de minderheid. De meerderheid zit vast in hun eigen situatie en probeert daar het beste van te maken, net als jij.
Het helpt om dat te onthouden voordat je in de aanval gaat.
Hoe je niet in de ruzie-val trapt
Oké, genoeg theorie. Hoe doe je dit concreet? Hoe voorkom je dat een meningsverschil een conflict wordt, en een conflict een oorlog?
1. Laat de ander uitpraten
Echt uitpraten. Niet wachten tot jij aan de beurt bent terwijl je je weerwoord al formuleert. Luisteren om te begrijpen, niet om te reageren.
Dit is moeilijker dan het klinkt. Zeker als wat de ander zegt je raakt. Zeker als je het oneerlijk vindt. Maar zolang de ander niet het gevoel heeft gehoord te zijn, blijft die in de aanval. Of in de verdediging. Hoe dan ook niet in een staat om naar jou te luisteren.
2. Verwerk voordat je reageert
Neem de informatie in. Laat het even landen (en dan niet ’tot tien tellen’ en dan alsnog eruit klappen he!). Wat zegt de ander echt? Niet de woorden, maar de boodschap erachter? Waar komt dit vandaan?
Soms heb je even tijd nodig. Dat is oké. “Ik hoor wat je zegt. Ik wil er even over nadenken voordat ik reageer.” Dat is geen zwakte. Dat is wijsheid.
3. Blijf bij jezelf
Dit is de belangrijkste. Als je reageert, reageer dan vanuit jezelf. Niet vanuit beschuldigingen over de ander.
Wat bedoel ik daarmee? In plaats van “Jij luistert nooit” zeg je “Ik voel me niet gehoord.” In plaats van “Jij denkt alleen aan jezelf” zeg je “Ik voel me niet gezien in wat ik nodig heb.”
Beschrijf wat het met jou doet. Welk signaal je oppikt. En check of je daar goed in zit.
“Ik krijg het gevoel dat dit niet belangrijk voor je is. Klopt dat, of mis ik iets?”
Die vraag aan het einde is cruciaal. Je geeft de ander de kans om uit te leggen. Misschien zit je er helemaal naast. Misschien is er iets wat je niet weet.
4. Zoek het gezamenlijke belang
Ergens, onder alle posities en emoties, is er iets wat jullie allebei willen. Misschien is dat een goede relatie, of een werkend project, of het beste voor de kinderen.
Benoem dat. “We willen allebei dat dit goed komt.” “We willen allebei het beste voor de kinderen.” “We hebben allebei belang bij een werkbare samenwerking.”
Dat herinnert jullie eraan dat je niet aan verschillende kanten staat. Je staat aan dezelfde kant, met een probleem dat opgelost moet worden.
5. Kijk naar je eigen aandeel
Dit is de moeilijkste. Juist als je je aangevallen voelt, juist als je denkt dat jij gelijk hebt – kijk naar wat jij bijdraagt aan de situatie.
Niet om jezelf de schuld te geven. Maar om eerlijk te zijn. En om de ander te laten zien dat je niet in een schuldspel zit, maar in een oplossingsgesprek.
“Ik snap dat ik ook niet duidelijk ben geweest over wat ik verwachtte.”
Dat opent deuren die anders dicht blijven.
Het alternatief
Je kunt ook in de ruzie-val trappen. Terugvechten als je wordt aangevallen. Je verdedigen, beschuldigen, harder schreeuwen. Winnen.
Maar wat win je dan?
Je wint misschien het argument. Je verliest de relatie. Of op z’n minst een stuk vertrouwen.
Ik heb genoeg conflicten gezien die zo eindigden. Zakenpartners die niet meer met elkaar praten. Families die gescheurd zijn. Vriendschappen die stukliepen op een ruzie waarvan niemand meer weet waar het over ging.
Was het dat waard?
Wat het met je doet
Er is nog een reden om conflicten te vermijden waar we het zelden over hebben: wat het doet met jou.
Elke ruzie, elke aanvaring, elke onopgeloste spanning -> het kruipt in je hoofd. Het neemt ruimte in. Het kost energie. Niet een beetje energie, maar serieuze hoeveelheden.
“Someone living rent-free in your head”
Ken je dat? Je ligt ’s nachts wakker en speelt het gesprek opnieuw af. Wat je had moeten zeggen. Wat je de volgende keer gaat zeggen. Je bedenkt argumenten onder de douche. Je bent fysiek ergens anders, maar mentaal nog steeds in dat conflict.
Dat is geen toeval. Onze hersenen zijn geprogrammeerd om onopgeloste bedreigingen te blijven verwerken. Evolutionair logisch (je wilt niet vergeten dat er een tijger in de buurt is). Maar in de moderne wereld betekent het dat die ruzie met je collega of je ex of je buurman een permanente huurder wordt in je hoofd. En die huurder betaalt geen huur.

Energie is eindig
Je hebt elke dag een beperkte hoeveelheid mentale energie. Dat is geen zwakte, dat is biologie. En elke gedachte aan dat conflict, elke keer dat je je opwindt, elke fantasie over wat je had kunnen zeggen; het put uit diezelfde voorraad.
Energie die je niet besteedt aan je werk. Aan je gezin. Aan dingen die je leuk vindt. Aan gewoon gelukkig zijn.
Ik heb mensen gezien die maanden (soms jaren) energie bleven pompen in een conflict dat allang voorbij was. De ander was verder gegaan met zijn leven. Maar zij niet. Ze hielden het conflict levend in hun eigen hoofd, en betaalden daar dagelijks de prijs voor.
De echte winst
Conflicten vermijden (op de gezonde manier, niet door weg te lopen of te slikken) is geen zwakte. Het is zelfbescherming.
Elke ruzie die je niet voert, is energie die je overhoudt. Elke aanvaring die je de-escaleert, is ruimte in je hoofd die vrijkomt. Elke relatie die je intact houdt, is een bron van steun in plaats van stress.
Dat is de echte winst. Niet dat je “gelijk” hebt. Niet dat je “wint”. Maar dat je ’s avonds gaat slapen zonder dat je hoofd vol zit met iemand anders.
De kern
Niemand wil je pijn doen.
Nou ja, bijna niemand. Er zijn uitzonderingen. Maar ze zijn zeldzamer dan we denken.
De meeste mensen die je kwetsen, zijn bezig zichzelf te beschermen. Ze zijn bang, of gekwetst, of voelen zich bedreigd. Hun aanval is een verdediging.
Als je dat kunt zien – écht kunt zien – verandert alles. Dan kun je voorbij het gedrag kijken naar de persoon erachter. Dan kun je reageren op wat er echt speelt, niet op wat er aan de oppervlakte gebeurt.
Dan kun je kiezen om niet mee te vechten.
En dat is misschien wel de krachtigste zet die je kunt doen.
Voetnoot: lees ook over ‘de lege boot‘